inmi

Verzet in Gieten

(2025-11) Het is inmiddels meer dan 80 jaar geleden dat ook in Gieten de oorlog voorbij was. Die oorlog heeft jarenlang in de herinneringen van de inwoners een belangrijke rol gespeeld. In menig gezin kwam tijdens het eten en verjaardagsvisites de oorlog ter sprake. Op school kregen de kinderen bij elk lustrum een 'herinneringscadeau'. We herinneren ons nog een schrift en een potlood in het kader van "Nederland - 20 jaar vrij", dat was in 1965 dus.

Eigenlijk kunnen we ruwweg stellen dat drie generaties de oorlog van dichtbij hebben meegemaakt. Vanuit ons gezichtspunt zijn dat de opa's en oma's en vaders en moeders die de oorlog als volwassenen of als kind aan den lijve hebben meegemaakt. En dan de naoorlogse generatie die de oorlogsverhalen uit eerste hand doorverteld kreeg.

Maar die mensen die het door konden vertellen zijn inmiddels voor het grootste deel 'uit de tijd gekomen'.

In Gieten zijn in het kader van de Tweede Wereldoorlog twee belangrijke publicaties tot stand gekomen. De eerste is de uit 1994 stammende publicatie "Gieten, namen op een de steen" van Henk Kuik en Wil van der Neut-Legemaat. Aan de hand van de namen op het oorlogsmonument die voor het oude gemeentehuis aan de Brink staat, werden in dat boek de verhalen verteld van de oorlogslachtoffers uit de gemeente Gieten. 

 

De tweede publicatie is het resultaat van een project van de Historische Vereniging  Gemeente Gieten, die in 1995 het licht zag onder de naam: Oorlogsjaren in een plattelandsgemeente, opstellen over Gieten.

Natuurlijk zijn er naderhand ook tal van belangwekkende artikelen in Ons Erfdeel verschenen, die het verhaal van de alledaagse oorlog in Gieten vertellen. We noemen als voorbeeld het nummer van maart 2018, waarin herinneringen zijn opgetekend van een aantal dorpsgenoten die in oorlogstijd kind waren. Echt de moeite van het (her)lezen waard!

Wat al deze publicaties gemeen hebben is dat al de verhalen zijn bewerkt. We kunnen ons voorstellen dat de vertellers niet altijd even diplomatieke taal zullen gebezigd bij de beschrijving van hun gevoelens ten aanzien van de bezetter en het handelen van sommige dorpsgenoten . De redactie heeft dat toen 'in keurige bewoordingen' op papier gezet.

In het kader van de registratie van deze verhalen is een aantal op ouderwetse casettebandjes opgenomen. Die zijn in het Drents Archief bewaard gebleven. Dit maakt het nu voor de jongere generaties mogelijk om oorlogsverhalen uit ons dorp ook uit eerste hand te horen. Op de manier zoals wij die in de naoorlogse jaren op verjaardagvisites en aan de keukentafel te horen hebben gekregen. Het zijn deze geluidsopnamen die wij hier in de komende maanden integraal zullen laten horen. U moet er wel even voor gaan zitten, want het zijn lange verhalen en niet altijd even duidelijk. U moet ze met aandacht beluisteren. De lange winteravonden zijn daar natuurlijk bij uitstek geschikt voor. Soms is wellicht enige achtergrondinformatie welkom - daarvoor zouden we bovengenoemde publicaties van harte willen aanbevelen.

In de november 2025-update van het Collectieve Geheugen van Gieten willen we beginnen met het verhaal van Jo Wagenmakers.  In het boek "Oorlogsjaren in een plattelandsgemeente" kwamen we de naam Wagenmakers alleen tegen als 'geraadpleegd persoon' in het hoofdstuk De Bevrijding van H.J. Versfelt. Het lijkt er een beetje op dat het verzet in Gieten zich niet alleen concentreerde rond Bep Nijhof, Jan de Vries, Kier Westerhuis en Klaas Visser, maar dat er ook nog een groep was die in een 'parallel universum' in Gieten aan het werk was. Tenminste daar lijkt het een beetje op bij het beluisteren van het verhaal van Jo Wagenmakers, die bij het ophalen van herinneringen geflankeerd wordt door zijn vrouw.

Wagenmakers was in Gieten komen wonen toen hij als machinist bij Udema werd aangesteld. Voor een goed begrip is het goed om te weten dat de familie Wagenmakers ten tijde van de oorlog aan de Spekstoep woonde. In de dubbele woning tussen Martha Hoven en het boerderijtje van Berend en Jantien Speelman. (dank aan Jacob en Jantje Moek, die dat nog wisten)


rechts in het midden het huis waarin de familie Wagenmakers woonde

Het interview is in 1987 gehouden door Jelle Hagen en Henk Kuik. Laatstgenoemde woonde in het begin van de jaren zestig, heel toevallig, in hetzelfde huis waarin Wagenmakers in de oorlog woonde. Ook goed om te weten is dat ze in dit interview steeds niet op de naam van "die sportleraar" konden komen. Daarmee werd Bep Nijhof bedoeld.

Beluister hier de oorlogsherinneringen van Jo Wagenmakers:

(2025-12) De tweede persoon die we hier aan het woord laten is de heer Jan de Vries. Hij was een van de onbetwiste sleutelfiguren in het lokale verzet. Hij had niet zozeer de heldenrol die we van vele verzetfilms kennen, zoals de leden van knokploegen die bijvoorbeeld distributiekantoren overvielen. Integendeel, de heer de Vries was zelf 'het distributiekantoor'.

Hij solliciteerde op de advertentie die in september 1941 in de krant stond. De gemeente Gieten zocht een leider van het gemeentelijke distributiekantoor.



Advertentie Nieuwsblad van het Noorden
van 22 september 1941

De 28-jarige De Vries had zijn praktische ervaring opgedaan op het distributiekantoor van Beetsterzwaag en was onmiddellijk beschikbaar. De volgende maand ging hij al aan het werk in het oude gemeentehuis aan de Brink. Hij ging met zijn vrouw Jannie wonen aan A.92i, wat nu Eexterweg  30 is.  Ze waren daar bijna, zeker als het gaat om de achtertuinen, buurman van Bep Nijhof (nu: Julianalaan 5), die ook een belangrijke rol speelde in het verzet. 



Woning aan Eexterweg 30 waar
familie De Vries inwoonde.

Tijdens de Duitse bezetting was er ook in de gemeente Gieten een distributiesysteem om de schaarse voedingsmiddelen en goederen eerlijk te verdelen over de bevolking. Jan de Vries regelde/organiseerde dat voor Gieten. Een aantal begrippen waarover hij in dit interview spreekt zullen we hier even nader verduidelijken.

De stamkaart: was het basisdocument van elke burger. Dit was een persoonlijk document dat bij de gemeente werd bewaard en bevatte: persoonlijke gegevens (naam, adres, geboortedatum), gezinssamenstelling, een overzicht van welke bonkaarten de persoon had ontvangen, stempels en aantekeningen van de distributiedienst. De stamkaart diende als controle- en administratiemiddel voor de gemeente.



Voorbeeld stamkaart uit gemeente Rotterdam

Het inlegvel: was een registratieformulier dat bij de winkelier bleef. Wanneer je je als klant bij een bepaalde winkel inschreef (je moest je vaak "laten inleggen" bij een bakker, slager, groenteboer), werd je inlegvel daar bewaard. Hierop noteerde de winkelier welke bonnen je had ingeleverd, hoeveel producten je had afgehaald.


Voorbeeld van een inlegvel

De bonkaart: was het document dat je daadwerkelijk bij je droeg en gebruikte om producten te kopen.
Kenmerken: uitgegeven per periode (vaak per 4 weken), bevatte losse bonnen voor verschillende productcategorieën, elke bon had een bepaalde waarde in punten of eenheden. Er waren verschillende kleuren voor verschillende leeftijdsgroepen (kinderen kregen bijvoorbeeld extra melkbonnen) Categorieën: brood, vlees, aardappelen, boter, textiel, zeep, etc.

Coupures: waren distributiebonnen die winkeliers gebruikten als bewijs dat zij producten hadden verkocht tegen distributierechten. Ze fungeerden als een soort "betaalbewijs" in het distributiesysteem.
Het rondje compleet: winkelier ontvangt bonnen (en geld) van klanten → Levert deze in bij distributiekantoor → Krijgt hertoewijzingsbonnen/inkoopvergunningen → Gebruikt deze bij groothandel/leverancier → Kan nieuwe voorraad inkopen → Verkoopt weer aan klanten.

Wat De Vries nu zo goed en onopvallend deed was dat hij er voor kon zorgen dat hij extra bonnen organiseerde voor onderduikers en later op grote schaal gestolen en vervalste bonnen 'legaliseerde' met stempels en handtekeningen.

De Vries en Nijhof waren bijna directe buren en huisvrienden. Ze vertrouwden elkaar. Nijhof zorgde ervoor dat De Vries werd benoemd tot de plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). De BS moest tijdelijk zorgen voor de orde binnen de gemeente na de bevrijding. Ze bereidden het samen voor: wie gingen allemaal een rol spelen in 'het ophalen' van NSB-ers en verraders, wie moesten ze 'ophalen' en  later naar Zuidlaren ('het blauwe paviljoen') brengen en wie uit Gieten moesten die gevangenen daar bewaken? Hoe kwamen ze aan wapens en waar werden die verstopt?

Hoe dit alles (de periode van het distributiekantoor en die van de 'orde' direct na de bevrijding van Gieten) in zijn werk ging daarover vertelt De Vries uitgebreid in dit meer dan drie uren durend interview uit 1986.

In het interview komt men ook over Gerrit Lammers te spreken, hij was de zoon van de notaris en woonde in de oude burgemeesterswoning aan de Asserstraat ('t Crayenest). De Vries en zijn vrouw meenden dat hij betrokken was geweest bij de productie en verspreiding van een krantje. Ze wisten niet welke. Maar dit is "Je maintiendrai" geweest.

 

De interviewer gaat een week later nog eens bij De Vries op bezoek om enige onduidelijkheden op te helderen en nog wat extra vragen te stellen. Ook dat duurt weer een uur. Dit is voor de échte diehards. Hierbij gaat ook een waarschuwing: tijdens dit tweede deel eten de gesprekspartners brood met soep. En dat levert voor de luisteraar niet al te smakelijke geluiden op. In dit deel vertelt De Vries niet heel veel extra's, hoewel sommige aanvullingen wel weer interessant zijn. We menen vanwege de volledigheid dat we beide delen maar integraal moeten aanbieden. Het is aan u of u er al of niet naar wilt luisteren.

 



Terug naar: bronnenhoek

Voor op- en aanmerkingen of voor uw verhaal of herinnering ten aanzien van deze locatie doet u een e-mail in de brievenbus van
"Het collectieve geheugen":