Mijn wielercarrière

Jo Wilkens

Het plezier in wielrennen begon al toen ik op de lagere school zat. In het voorjaar, als het wielerseizoen begon, waren er al trainingsritten in Gieten, maar de renners maakten er wedstrijden van. De rit ging van Gieten naar Borger en over Rolde weer naar Gieten. De eindstreep lag ongeveer voor de winkel van bakker De Vries aan de Stationsstraat, naast het kantoor van Udema. De amateurs reden meestal twee rondjes. Bij de amateurs reed Jan Rijnholt mee, 'de reus van Gieten'. In die tijd kwam ik vaak bij Jan Rijnholt op bezoek en als hij naar een wedstrijd moest, fietste ik een eind mee. Jan is later geëmigreerd naar Australië. Verder noem ik nog Leffert Bos (van Radio Bos) en Geert Biel uit Gieterveen. De renners kwamen uit Noord-Nederland. De bekendste waren Coen Zondag uit Delfzijl en Fré Mik uit Nieuwe Pekela. Er werden ook nog enkele jaren trainingsronden vanuit Bonnen gereden. Dan gingen we bij Geert Venema (doof Geert) de bocht om naar Gieterveen, Gasselternijveen, Kostvlies en weer terug naar Bonnen. In juli, als de Tour de France werd verreden en mijn vrienden aan de Eexterweg aan het voetballen waren, zat ik bij de radio te wachten op Jan Cottaar. Hij gaf verslag van de Tour de France met onder andere: Wim van Est, Wout Wagtmans, Hein (Tarzan) van Brenen, Gerrit Voorting, Daan de Groot en Jan Nolten. Wielrennen had meer mijn interesse dan voetballen. Na de lagere school ging ik naar de ambachtschool in Assen, altijd op de fiets. Er was toen nog geen fietspad en alle verkeer moest over de provinciale weg. Na schooltijd raceten we naar huis. Wij kregen al snelde naam: 'Renploeg Gieten'..

Jo Wilkens op de lagere school (1953)


Met de rondemiss na de overwinning van de ronde van Houtigehage.

Als je geluk had en er reed een vrachtauto met stropakken voor je, dan ging je met de snelheid mee.Je werd als het ware meegezogen, wat natuurlijk niet zonder gevaar was. Mijn eerste racefiets werd voor zeventig gulden gekocht bij Willems in Assen. Ik werd lid van wielerclub 'De Stormvogels' te Veendam. Ik was een fan van Wim van Est en ik had zelfs een foto van hem op mijn racestuur geplakt. In 1957 reed ik mijn eerste wedstrijd bij de aspiranten in Emmer-Compascuum en die heb ik gewonnen. Mijn tweede wedstrijd was in Barnflair bij Ter Apel en ook deze wedstrijd won ik. De derde wedstrijd was 'De Ronde van Borger', waar ik vierde werd. In 1958 werd ik 'nieuweling' en twee jaar later 'amateur'. Intussen waren er twee Gieter renners bij gekomen: Harm Rutgers en Willie Geerts. Beiden woonden aan de Spekstoep. Harm was sterk in tijdritten en Willie moest het van zijn eindsprint hebben. Mijn ouders hadden in die tijd nog geen auto, maar onze buurman Ep (Egbert) Venema (eerappel Ep) ging altijd mee. Na enkele jaren 'Stormvogels Veendam' werd ik lid van 'De Meteoor' in Assen.

Trainen deed ik bijna elke dag, soms bij Roelof Knevelbaard (Knevel) achter de motor. Dit was bedoeld om snelheid op te doen. Helaas is Roelof, veel te jong, omgekomen bij het parachutespringen. De prijzen waar wij in het begin voor reden, bestonden uit: wielen, tubes (banden) en trappers. Tijdens de wedstrijd werden er om de zoveel ronden premies verreden. Je reed je te barsten voor een paar droge worsten of een paar sokken van Hemmo Por! Later werden de prijzen uitbetaald in waardebonnen en nog weer later in geld. In 1960 en in 1963 werd ik kampioen van 'De Meteoor'.

In 1961 reed ik de ronde van Kollum, die was georganiseerd door WV OlympiaHeerenveen. De prijs werd in waardebonnen uitgekeerd. Bij thuiskomst bleek dat ik meer waardebonnen had dan er bij de prijs hoorden. Ik stuurde ze met een begeleidend briefje retour. Later, op 4 januari 1962, kreeg ik een brief waarin stond dat ze nog iets goed hadden te maken, omdat ze niet eerder hadden gereageerd. Ze waren heel erg verrast dat ik de bonnen had opgestuurd, want ze wisten er niets vanaf. Ze waren erg blij met een sporter die zo eerlijk was, want te vaak werden wielrenners ( ook toen al! Red.) door delen van de bevolking wantrouwend bekeken. Wantrouwen ten opzichte van eerlijkheid, sportiviteit en behulpzaamheid. (Het bovenstaande is een deel uit de brief die nog steeds in zijn plakboek zit. Red.)

De 'Acht van Chaam' werd altijd verreden op de eerste woensdag na de 'Tour de France'. We logeerden dan bij de familie Verkooien. De koeienstal werd ingericht als slaapplaats: luchtbedden oppompen, dekens erop en ... de slaapplaats was klaar voor de eerste nacht! De volgende dag was de wedstrijd in België en in de avond keerden we terug naar de stal. Wat schetst onze verbazing? Alles was weg! Er was geen luchtbed of deken meer te zien! De familie had alles verplaatst naar hun eigen slaapkamers, want: "Die renners moeten een goede nachtrust hebben!" Nu ik dit opschrijf, komt er nog iets naar boven. Bij de zesdaagse van Wierden sliepen wij in een gebouwtje achter de kerk. G. Bruinsma uit Westerbork nam zijn eigen bed mee. Thuis werd het bed uit elkaar gehaald en achter in een busje geladen. Bij de kerk aangekomen, werd het weer in elkaar gezet. Voor de sport moet je heel wat over hebben! In 1963 botsten we met drie renners op een in de berm geparkeerde auto, die we niet hadden opgemerkt. Dat gebeurde tijdens een trainingswedstrijd van 'De Meteoor', op de TT-baan in Assen. Ik werd met een lichte hersenschudding naar huis gebracht. De andere twee, H. Rutgers en E. Vos, kwamen er iets beter van af. 4 juli 1964

Gendt bij Nijmegen

Binnen een jaar had ik weer pech. Terwijl we op volle snelheid lagen, stak er tijdens een premiesprint een vrouw met haar fiets aan de hand over. We zijn met er twee man bovenop gevlogen. De beide fietsen lagen in puin. De onderarmen en de handen lagen open van de schaafwonden. Er lag net nieuw asfalt met grind. Dat grind moesten we uit de wonden peuteren. Die week erop trainde ik niet, maar ik hoorde dat ik moest zorgen dat mijn fiets weer rijklaar was, want de Ronde van Annen zou in het weekend worden verreden en daar wilde ik wel bij zijn!

1965 Overwinning in Nieuw Weerdinge

Het omkleden voor wedstrijden deden we in die tijd nog bij particulieren die aan het parcours woonden. Het parcours bekeken we van tevoren en als we dan ergens mooie meiden zagen, probeerden we ons daar te mogen omkleden! Dit keer kleedde ik me om bij een familie waarvan de man werkte bij de Gero-fabriek in Nieuw Weerdinge. Hij stelde voor dat ik bij hem moest komen als ik ooit ging trouwen. Dan zou ik een goede korting op een cassette krijgen. Dat is later doorgegaan. Tegen zijn vrouw zei ik uit gekheid: "Ik krijg vanavond de bloemen." Ze lachte en zei: '1e bent een opschepper!" Laat ik nu toch onverwacht als eerste over de streep zijn gegaan. De bloemen heb ik aan deze vrouw gegeven! Mijn mooiste overwinning vond ik die van de Ronde van Ried, in de buurt van Franeker. Daar won ik met ruim één minuut voorsprong op nummer twee. Waar ik het meest van baalde, was de tweede plaats bij de clubkampioenschappen in Dronten, in de Flevopolder. Dat was in 1968. 'De Peddelaars' uit Hoogeveen werden kampioen van Nederland met veertien seconden voorsprong op ons. Ik heb diverse wedstrijden gewonnen, maar als ik een goede eindsprint had gehad, dan zou ik meer wedstrijden hebben gewonnen. Als er een kopgroep was, zat ik er vaak bij. Er is ook een supportersclub geweest. Die supporters kwamen mij met een bus vol zelfs aanmoedigen in de Ronde van Nijverdal en tijdens de zesdaagse van Twente. De supportersclub werd in 1965 op initiatief van H. Wemmenhove opgericht. De eerste bestuursleden waren: H.B. Hovinga, J.B. Jager, J.K.A. Bennema en K.J. Pheif er.

1966 Bij de wagen van de Melkploeg.

De start van de Ronde van Annen was altijd speciaal. Waarom? Ze hadden daar een zeer bijzondere startpistool: een jachtgeweer! Ik heb in verschillende ploegen gefietst onder andere bij Wout Verhoeven Melkploeg en Zuidenveld. In oktober 1969 heb ik in Delfzijl mijn laatste wedstrijd gefietst. Vanaf de tijd dat mijn ouders een eigen auto hadden, gingen wij meestal met vier man naar een wedstrijd, namelijk mijn vader, mijn broer,Jo Pul en ikzelf natuurlijk. Mijn vader lag tijdens het kampioenschap van Drenthe in het ziekenhuis in Groningen. Hij was zo nieuwsgierig naar de uitslag, dat hij 's avonds het ziekenhuis uitliep. Ze hadden toen nog geen radio ( en zeker geen tv) op de kamer. Hij belde zomaar bij mensen aan om te vragen of hij de sportuitslagen mocht horen op de radio. Dat mocht! De uitslag was: 1 Popke Oosterhof uit Eelde en 2 Jo Wilkens uit Gieten. Toen wij later op bezoek kwamen, wist hij de uitslag al! De ronde van Gieten werd meestal op de eerste zondag van juli verreden. Op zaterdag voorafgaande aan de ronde kwam Willem Oosting (van Col) rond twee uur in de middag bij ons thuis. Een verfpot met een kwast erin hing aan het stuur van zijn fiets. Mijn vader ging met hem mee. Hij had een paar latten aan elkaar gespijkerd met een tussenruimte van ongeveer tien centimeter. Die werden dan op de straat gelegd en zo werd de eindstreep geverfd. Rond vijf uur waren de heren nog niet terug. Dan zei mijn moeder Roelie: "Ga eens kijken waar ze blijven." Dat kon maar op één plaats zijn, namelijk bij Henk Venema (café Tent). Ja hoor, de fietsen stonden tegen de muur, de verfpot met de kwast hing nog aan het stuur en de latten lagen er netjes naast op de grond. Mijn beste uitslag van de Ronde van Gieten was een tweede plaats. Op de eerste plaats eindigde toen H. Smit uit Groningen en op de derde plaats D. Hoekstra uit Leeuwarden. De eerste wielerronde werd verreden op 03-08-1958 en die werd gewonnen door Henk Nijdam uit Eelde. De eerste jaren werd de ronde georganiseerd door de sportraad van de gemeente Gieten. Later werd dit 'Vereniging Gieter Wielerronde' en daarna 'Stichting Wieler Promotion Oostermoer', de huidige organisatie van de superprestige van het veldrijden.

Geert Kinds

Geert Kinds was politieagent in Gieten. Hij woonde aan de Julianalaan. Op een avond kwam ik uit de richting van Veendam terug van een trainingsrondje. Het was in september en het was al donker, maar ik had geen licht aan mijn fiets. Opeens hoor ik iemand roepen: "Halt!

1958 Voor het ouderlijk huis aan de Eexterweg Afstappen, je hebt geen licht aan de fiets!" Ik dacht: ''Je kunt me wat, een tandje erbij en ik ga er vandoor." Bij Piet Hendriks (Piet Mul), die schilder was bij U dema, de bocht om naar de Eexterweg en dan ons huis voorbij richting Eext. Ons huis was het op één na laatste huis aan de linkerkant. Het was daar toen nog allemaal bouwland. Vanaf daar kon je kijken tot aan de Eexterhalte en het Zwanemeerbos en tot aan de oude boerderij van de familie J. Meertens aan het Westerend. (lammer trouwens dat die is afgebroken.) Ik vertrouwde het nog niet met Geert Kinds en dacht: "Ik fiets nog een eindje door." Ik pakte de fiets op de nek en baggerde over het aardappelland en door de bieten naar huis. Toen ik daar aankwam, zat Geert Kinds op onze tuinbank mij op te wachten: "Dag Jo!" Gelukkig heb ik toch geen bekeuring gehad!! De ronde van Gieten werd de eerste paar jaar verreden op het volgende parcours: Julianalaan, Molenstraat, Naweg, Noordes,Julianalaan. Na een paar jaar werd de route: Waardeellaan, Stokleggingslaan, Landspoelen, Wilkerweg, Waardeellaan. Gieten had een mooie jurywagen. Dit was een trailer van de familie W Woltman uit Gieten. Deze trailer stond het hele jaar in de garage. Op deze trailer werden wat spanten gezet, een dekkleed ging er over en klaar was het. De trailer werd op zondagmorgen door Jan Oosting Gan Ooral) naar het parcours gereden. In de week voor de wedstrijd werden de dranghekken gehaald, die uit Groningen moesten komen.

1965 In de nieuwe wijk van Gieten, achter de ULO- school gaat de rennerskaravaan in hoog tempo op jacht naar enkele vluchters. Links vooraan: Jo Wilkens

 


Fietsen in België

Mijn eerste wedstrijd in België was in Deinze. Bij ons was de afstand die we moesten fietsen meestal rond de 80 km, maar in België was dit 120 km. De eindstreep was altijd voor de ingang van een café De jongens die er al vaker hadden gefietst en dus al enige ervaring hadden, vertelden het volgende: "Als je na de start Mijn wielercarrière

1968 Dorpenomloop op de Veenakkers in Gieterveen.

Rcchts:Jo Wilkens. direct wegsprint, laten ze je zo gaan!" Dat leek mij wel wat en dus ging ik er direct vandoor. Er kwamen nog een paar Belgen bij. Na zo'n 80 km hadden wij een voorsprong van ongeveer 2,5 minuut. Ik dacht: "Dat zit hartstikke goed; het peloton ziet ons niet meer terug." Maar dat liep anders. Op een paar kilometer voor de streep, zag ik het peloton snel naderen. Ik dacht: ''Als ik wat wil, moet ik bij dit groepje weg." Dat lukte ook. Twee renners uit het peloton haalden mij nog in, zodat ik derde werd. 1969 was mijn laatste jaar in het wielrennen. Op een gegeven moment had ik het wel gehad met het wielrennen. In de zomer was ik bijna elk weekend onderweg; 's morgens vroeg op weg en 's avonds laat weer terug. In die tijd had ik ook mijn vrouw Geesje leren kennen. We konden toen een stuk grond kopen aan de Ambachtsstraat en daar hebben we in 1971 met hulp van familie en vrienden een huis gebouwd. Enkele jaren na ons huwelijk begon het toch te kriebelen en kocht ik een racefiets. Zo reed ik weer af en toe een eind. Ik heb twee favoriete tochten: naar Termunterzijl (waar ik altijd een lekkere gebakken vis koop) en naar Meppen in Duitsland. Dit ritje doe ik alleen met goed fietsweer. Ik werd lid van T.F.C. Gieten (Tour Fiets Club Gieten), waarmee ik veel tochten heb gemaakt. Ook nu fiets ik, als het kan, nog elke dag. In de winter rijd ik op de tourfiets en in de zomer op de racefiets. Na twee zware operaties ben ik blij dat ik dit nog kan doen. Verder geniet ik met mijn vrouw erg van de kleinkinderen, op wie we oppassen en ik kijk met voldoening terug op mijn jaren in de wielrennerij.

6 juli 1969 Ronde van Gieten; Jo in de bocht.