Mijn herinnering ....



Toen ik enige tijd geleden door Harry Driever werd gevraagd een bijdrage te leveren aan het Collectieve Geheugen van Gieten moest ik daarover wel even nadenken. Ben op latere leeftijd in Gieten komen werken en wonen en inmiddels ook al weer 19 jaar niet meer woonachtig in het Hondrugsdorp. Gieten kende ik aanvankelijk van een aantal optredens met mijn (jazz)combo bij hotel Braams. De route, via de Asserstraat en vervolgens op de Brink naar links, was mij bekend. Dat was het dan. Door een geheel nieuwe werksituatie werd het ruim 25 jaar mijn woonplaats. Daarna vertrok de "passant". Mijn bijdrage is dan ook overwegend gerelateerd aan dat werk.

In de zomer van 1970 werd ik door Jaap Hilbrandie, jongerenwerker bij de toenmalige Stichting Jeugdwerk Gasselte-Gieten, benaderd. Wij kenden elkaar. Op dat moment was ik werkzaam binnen het recreatieteam van camping Stortemelk op het Waddeneiland Vlieland. Jaap omschreef (naast een hele geschiedenis) de problemen bij de jeugdsoos The House en gaf aan dat hierdoor de soos tijdelijk gesloten was, waar de jeugd het overigens niet mee eens was. Het bestuur had inmiddels aangegeven een werker aan te willen trekken om het soosgebeuren weer op gang te brengen en dacht hierbij, op voorstel van Jaap, in mij een geschikte kandidaat te hebben. Na een aantal orienterende gesprekken met Jaap en een aantal bestuursleden (niet met de jongeren, wat me verbaasde ) werd gezamenlijk besloten dat ik deze taak op me zou nemen. Ik zag de uitdaging wel zitten en in het seizoen 1971-1972 was de start een feit. In begin liep de samenwerking met de jongeren tamelijk moeizaam. Na een paar maanden was "het ijs gebroken" en gingen we gezamenlijk met veel inzet aan de slag.

Een woning zou op korte termijn beschikbaar komen. Op dat moment zou ik niet bevroeden tot 1998 werkzaam te zijn in Gieten en wijde omstreken. De verschillende werksituaties zorgden overigens wel voor steeds weer nieuwe uitdagingen. Was de start de Stichting Jeugdwerk-Gasselte Gieten met als werkgebied het zandgedeelte van de beide gemeenten, na een aantal jaren werd het werkgebied opnieuw vastgesteld en werd de Stichting Sociaal Kultureel Werk geboren met als werkveld de gehele gemeente Gieten. Gasselte eraf en het veengedeelte (Gieterveen en omstreken) er dus bij. Geheel nieuwe samenstelling van bestuur, vrijwilligers, collega's, activiteiten enz. en dus weer gedeeltelijk en nieuwe opzet. Later werd ook deze Stichting weer verbreed in de Stichting Welzijn Gieten. In 1998, vanwege de gemeentelijke herindeling (Gasselte, Gieten, Rolde en Anloo) werden alle Stichtingen in de vier gemeenten opgeheven en ontstond de Stichting Welzijn Gieten Aa en Hunze. Dat was ook het moment van mijn afscheid in het welzijnswerk. Als dank ontving ik onder andere een prachtige pentekening van The House van de hand van Cora van Loenen.

Als geboren Amsterdammer, opgegroeid in Assen, was een overgang naar een dorp een hele stap. Sociale controle was er sterk aanwezig. Moest wel even wennen. In het bijzonder viel me al snel op dat in het dorp (maar ook bijvoorbeeld binnen het kinderclubwerk) veel werd gesproken over "de Bonners" en "de Gieters". Al snel werd het me duidelijk dat een en ander was afgeleid van de buurt rond Bonner- dan wel de Gieterschool.

De particuliere ophaaldienst voor huisvuil door Lenze Lanting vond ik ook iets aparts. Toen Lenze hiermee stopte kreeg hij een functie bij de Provincie en reed vol trots rond in een geel-witte dienstauto van de Provincie Drenthe. Hij was overigens niet de enige die actief was met trekker en kar. De kleurrijke Rooie Tinus was dagelijks druk bezig met het ophalen van papier en karton.

Ge en ik waren regelmatig op stap met onze platbodem. 's Winters kwam dan het onderhoud en moest een en ander worden hersteld. Ik herinner me dat er een zwaardklamp van eikenhout vervangen moest worden. Een van mijn buren raadde me de gebroeders Dijkhuizen aan. Keek mijn ogen uit toen ik, met de gehavende klamp in de hand, de gebroeders bezocht. Wat een uniek bedrijf. "Zou prima voor elkaar komen maar moest wel even geduld hebben". Eind van de winter was de klamp, geheel naar wens, gelukkig net op tijd klaar. Bij smid Hennie Dijkhuizen moest je zeker geduld hebben. Ge was voor haar poppentheater een nieuw frame nodig voor de poppenkast. Samen met Hennie werden voor haar specifieke wensen leuke oplossingen bedacht. Ruim een half jaar later was het frame klaar.

Bijna dagelijks pendelde ik tussen Assen en Gieten. Gelukkig was in de loop van het jaar onze woning aan de Wegedoorn klaar en konden Ge en ik verhuizen. We werden echte dorpsgenoten en konden nu van tijd tot tijd wandelend het dorp verkennen. Wanneer we onderweg dorpsgenoten tegen kwamen en een praatje gingen maken werd er steevast gevraagd "waar we vandaan kwamen" en "wat we zoal deden voor de kost". Soms kwam in zo'n ontmoeting The House ter sprake en in het bijzonder de jeugdsoos. Daar werd dan wat "voorzichtig" op gereageerd en een enkeling beweerde zelfs uitgebreid in het pand aan de Brink de wildste taferelen te hebben gezien. "Ja, ja zeker weten..." en zelfs een raampje werd omschreven. Taferelen die ik als werker wellicht hoopte te zien maar nooit had gezien. Zelfs het omschreven raampje was mij totaal onbekend. Denk dat de fantasie in deze erg groot was.

Onze straat werd een gezellige en het onderling contact met de buurtjes werd nog eens verstevigd door onder andere de Oostermoerfeesten. Eens in de vier jaar was Gieten het middelpunt van de feestelijkheden en werden de straten omgebouwd tot hele kunstwerken, zo ook de onze. In verschillende werkgroepjes werden ruim van tevoren de ideeen uitgewerkt en kon de voorbereiding starten. Alles natuurlijk in het diepste geheim. Het moest een verrassing blijven. En maar hopen op een mooie prijs, want dat was wezenlijk belangrijk.

Halfweg de zeventiger jaren ontstonden de eerste plannen om The House totaal te verbouwen en uit te breiden omdat de activiteiten van de Stichting zich aanzienlijk gingen verbreedden. Er was inmiddels subsidie toegezegd van het ministerie van CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk). Een bouwcommissie werd samengesteld en architect Cor Kalfsbeek uit Borger werd benaderd. De commissie had inmiddels in Norg en Vledder gemeenschapshuizen van zijn hand bezichtigd en deze vielen zeker in de smaak. Kalfsbeek was een groot voorstander van accommodaties met een open karakter met hier en daar "grappige constructies". Naar wat later bleek, vaak erg onpraktisch.

In 1977 werd een geheel nieuw gebouw aan de Brink geopend met veel ruimtes voor de verschillende doelgroepen. Ik herinner me nog dat op de valreep de subsidie van CRM veilig gesteld moest worden. De plannen werden enigszins verstoord door de houding van buurman Vlieghuis. Hij was van mening dat de uitbreiding van het nieuwe gebouw te dicht aan zijn perceel zou grenzen (juridisch gezien had hij overigens volkomen gelijk). In goed overleg werd uiteindelijk besloten de toiletblokken iets te verkleinen en in de deal werd verder meegenomen, dat op de erfscheiding een flink stalen hekwerk zou worden geplaatst. Buurman Vlieghuis tevreden. Haast was dus geboden. Met de "eend" van burgemeester Spijkerboer ging een delegatie met een noodgang richting Den Haag om de gewijzigde plannen voor te leggen. De subsidie werd toegekend.

In het hart van het gebouw was de jeugdsoos gesitueerd. Op zich een prachtige ruimte, voor een ieder toegankelijk. Dorpsgenoot Jan Meursing heeft, op verzoek, de toegankelijkheid van het gebouw, alsmede de ingewikkelde toegang tot de soosruimte (met bochten langs stenen muurtjes en onder helling), als rolstoelvriendelijk getest en goedgekeurd.

De jeugdsoosleden en bezoekers hadden veel moeite (velen vonden het zelfs onacceptabel) met het open karakter van de soosruimte en wilden wandjes hebben tussen het soosgedeelte (de toiletblokken waren volledig in zicht) en de loopruimten. Daar waren een aantal bestuursleden het totaal niet mee eens en wezen dan ook alle voorstellen hier omtrent naar de prullenbak. Tenslotte besloot de jeugd zelf het initiatief te nemen en bouwden nette houten wandjes om een gesloten geheel te creeren. Dit viel slecht bij een klein deel van het bestuur, maar bij meerderheid besloot het bestuur geen moeite te hebben met deze actie. Enkele bestuursleden traden bij dit besluit onmiddellijk af. Weet nog als de dag van gisteren hoe ik mijn best heb gedaan om deze, zeer gewaardeerde, bestuursleden binnenboord te houden en nogmaals, met argumenten, probeerde te overtuigen van het nut van de wandjes, helaas zonder succes.

In de nieuwe accommodatie was het nu mogelijk om, naast de reeds bestaande activiteiten, een breed pakket aan nieuwe activiteiten van jong tot oud aan te bieden (diverse talen, dans en ballet, yoga, pottenbakken, tekenen en schilderen). Het ouderenwerk en de peuterspeelzaal vonden er ook een plekje. Beheer en schoonmaak waren dagelijks druk bezig met het doorlopend gereed maken van de ruimtes. Vaak een hele puzzel. Voor een aantal verenigingen en clubs was ook ruimte beschikbaar.

Muziek onderwijs werd in Gieten verzorgd door het ICO (Instituut voor Creatieve Ontwikkeling Assen). Vanwege een beperkte subsidieregeling (gemeenschappelijke regeling) was het ICO bij lange na niet in staat om voor alle belangstellenden muzieklessen te verzorgen. Subsidie had hier zo zijn grens. Er was duidelijk behoefte aan meer muziekonderwijs. Zo werd vanuit de Stichting het initiatief genomen een zelfstandige muziekschool op te zetten om in die leemte te voorzien. In korte tijd stond er dan ook een bloeiende muziekschool.

Voor live optredens van bands was naast de soosruimte een grote zaal beschikbaar. Hierdoor was het mogelijk (veelal) beginnende bands er een optreden te laten verzorgen, en met succes. Een keer per jaar werd er een Talentenjacht gehouden. Deze Talentenjachten ( vanaf de vroege middag tot in de late uurtjes), met een heuse jury, trok bomvolle zalen met bezoekers uit de gehele regio.

Een enkele keer werd zo'n Talentenjacht afgesloten met een optreden van landelijk bekende bands. Zo is de bluesgroep Barrelhouse twee keer aangetreden en ik herinner me nog dat een optreden van Barrelhouse, door het enthousiasme van de bezoekers, gigantisch uitliep door toegiften van de band. Dat extra optreden was voor de leden van de band geen probleem. De volgende dag moest Barrelhouse toch in het Noorden van het land een optreden verzorgen. Hotelkosten voor een band zou een stevige kostenpost betekenen en in een afspraak had ik vooraf met de leden afgesproken bij mij thuis te kunnen overnachten. En zo werd het in huize Jansen nog gezellig naborrelen voordat de logeerkamer en de zolder werden ingenomen.

In de zomervakanties organiseerden we vanuit de Stichting verschillende kampen. Voor de kinderen en tieners werd dat vaak een kampeerboerderij en met de jongvolwassenen werd dat meestal een tentenkamp of de accommodatie van scouting Diever. Voor de thuisblijvers en andere geinteresseerden werden op het Bonnerveldje aan de Varik thema spelweken voor kinderen in basisschool leeftijd georganiseerd. Vele vrijwilligers van jong tot oud begeleidden met veel enthousiasme de verschillende groepjes. Elk groepje startte de week met het bouwen van een hut. Bij verschillende houthandels in het noorden werd afvalhout ingezameld. Winold Jeuring reed dan in zijn vrije tijd met de vrachtauto van de gemeente om dit op te halen. Ik vind het leuk om hierbij te melden dat een aantal jaren bewoners van het verzorgingshuis Dekelhem vanuit de keukentent op het terrein koffie (warm gehouden met theedoeken op de potten), thee en ranja verzorgden. Harm (melkboer) Eleveld zorgde er elke ochtend weer voor dat hiervoor een aantal bewoners 's morgens op tijd bij Dekelhem klaar stond, zodat ik ze met mijn busje naar het Bonnerveldje kon vervoeren. De oudjes genoten van dit hele gebeuren. Dolle pret.


Vanuit de Stichting is veel aandacht uitgegaan naar mensen die langdurig zonder werk zaten. In periodiek overleg met wethouder Marie Jose Paternotte kon er vanuit de gemeente een startsubsidie worden vastgesteld om het "Project Mensen Zonder Werk" te starten. Het houten schoolgebouw Dobbegien aan de Dobbenwal werd de basis van het project. Een werkgroep werd samengesteld en Marie Jose was bereid om het voorzitterschap te aanvaarden. Zo werd er een klussenburo gestart. In goed overleg met de middenstand werden afspraken gemaakt over welke klussen zoal konden worden aangepakt. Voor zover ik me herinner heeft dit nooit tot moeilijkheden geleid. In Dobbegien werd er, naast een compleet ingerichte werkplaats, een inbrengwinkeltje (hoofdzakelijk kleding) ingericht. Wekelijks kregen de deelnemers de mogelijkheid om hulp te krijgen bij het solliciteren. Een flessenophaaldienst werd opgezet. Inwoners van Gieten, Gieterveen en de buurtschappen konden een plastic box krijgen om drankflessen aan te bieden. Een keer per maand werd het glaswerk opgehaald door de ophaaldienst en verzameld op de gemeentelijke stort aan de Spekstoep. Helaas bleek al snel dat de opzet om het glaswerk te hergebruiken niet haalbaar was. Het hygienisch verantwoord spoelen van de flessen was het grote probleem. De flessen ging vanaf dat moment naar de recycling.

Ik herinner me de winter van 1979 nog. Ook Gieten werd getroffen dooor flink winterweer met veel sneeuwval en door de harde wind ontstonden er stuifsneeuwduinen waardoor wegen vrijwel onbegaanbaar waren en het openbare leven grotendeels werd verstoord. Vanuit de jeugdsocieteit werd er spontaan actie ondernomen om hulp te bieden in en rond het dorp. Directe aanleiding was het contact van een van de soosleden met zijn oma. Door de opgewaaide sneeuw kon ze de deuren van haar woning niet meer openen. Hulp was snel onderweg. Zo werden er door de jongeren boodschappen gebracht en in een aantal gevallen medicijnen bezorgd. Al met al een heel avontuur.

Aan het fenomeen veen- en zandgedeelte moest ik erg wennen en vond dit complex. Ik kreeg wel eens het gevoel dat sommige bewoners uit het veengedeelte zich achtergesteld voelden ten opzichte van het zandgedeelte. Daar, en dan werd Gieten bedoeld, wordt toch alles geregeld! Vanuit de Stichting hebben we altijd onze uiterste best gedaan dit gevoel weg te nemen. Het heeft me altijd verbaasd dat het Maatschappelijk Werk, in de avonden en vooral in de weekenden, niet bereikbaar was. Juist in de weekenden deden zich de meeste (sociale) problemen voor. Regelmatig moest ik, voor zover mogelijk, in eerste instantie problemen opvangen in familiesfeer, (gok)verslaving enz. enz. Niet echt een taak voor iemand die was opgeleid als Sociaal Cultureel Werker. Een echte oplossing is er nooit gekomen.

Bij een terugblik op mijn periode in Gieten passeren altijd weer verschillende situaties en gebeurtenissen de revue. In mijn herinnering nog even het volgende.

Tinus Oosting ("Bongo" voor ingewijden), ruwe bolster maar met een hart van goud, was een prachtige mens. Speelde regelmatig in de jeugdsoos op zijn gitaar (de bezem uit de schoonmaakkast) de sterren van de hemel en nam regelmatig de nieuwste lp's mee en die "moesten dan ook worden gedraaid".

Tinus ging ook wel eens mee op kamp. Ik herinner me nog een tentenkamp op het eilandje van de familie van der Meer nabij Terhorne. Bootjes werden gehuurd om proviand, water en, natuurlijk naast de nodige frisdranken, wat biertjes te halen van de vaste wal en, zeker niet onbelangrijk, om de disco in Terhorne te bezoeken. Tinus, vaak het grootste woord en zo ook bij het overvaren met het bootje, was snel rustig wanneer de overige kampers het bootje driftig gingen bewegen. Bongo onmiddellijk een rustige passagier. Hij kon namelijk niet zwemmen. Via mijn oude buurtjes in het dorp (houden me regelmatig nog op de hoogte van nieuwtjes in Gieten) ontving ik destijds het bericht dat Tinus op relatief jonge leeftijd was overleden. Was wel even slikken.

Dan nog maar een herinnering. We hadden met jongeren ons kamp opgeslagen op een prachtig terreintje aan een piepklein riviertje in de Ardennen. Met keien en grind bouwden de jongeren een dam in dat riviertje en creeerden zo hun zwembadje. Er was afgesproken om niet te duiken. Daarvoor was het badje overduidelijk te ondiep, dus gevaarlijk. Freddie Mulder dacht daar kennelijk anders over en nam de volgende ochtend een flinke duik. Gevolg. Flink wat steentjes in zijn hoofd. Onmiddellijk actie ondernomen richting ziekenhuis in Malmedy met Nico Arends (had lange tijd ergens in de Sahara als gijzelaar vast gezeten en daardoor de Franse taal goed beheerste) als tolk. Freddie werd behandeld, ingepakt, maar kon niet meer deelnemen aan het kamp. Dus naar huis.

Ik had met Freddie besproken hoe we zijn thuiskomst zouden melden vanuit een telefooncel. Hij zou aangeven dat alles goed was op het kamp en dan zou ik het gesprek overnemen. Freddie begreep het helemaal...Wij bellen en moeder Janny nam de telefoon op en Freddie stak van wal met (op zijn drents) "mam ik kom naar huis, ik heb stenen in de kop"'. Dat was dus niet handig. Snel heb ik moeders gerust kunnen stellen en aangegeven dat alles oke was maar dat Freddie wel naar huis kwam. 's Avonds laat was ik weer terug op het kamp na een zeer lange autorit heen en weer Gieten, met (kleine) Bart Krol als gezelschap.

Emmen is uiteindelijk, bij toeval, onze woonplaats geworden. We konden hier een woning laten bouwen met al onze wensen in een aantrekkelijke, landelijke, omgeving.

Wanneer ik op mijn hobby/werkkamer bezig ben met van alles en nog wat, met de pentekening van Cora boven mijn bureau, denk ik nog regelmatig terug aan die mooie tijd in Gieten.

Emmen, maart 2022
Piet Jansen