Mijn herinnering ....



Herinneringen aan vriendschappen op de Brink.

Wij woonden op de Brink en mijn familie had een lange geschiedenis daar. Dat is nu in het verleden, want ik woon al bijna 30 jaar in Australie. Mijn opa, Gerhard is er opgegroeid met zijn 4 broers en zussen, mijn vader Harm met zijn 2 broers Jan en Gerard en ik als enig kind. Als enig kind waren vriendschappen heel belangrijk voor me en gelukkig vond ik twee goede vriendinnetjes die ook nog buur meisjes waren. Dat was handig en wij liepen in en uit elkaars huizen op een dagelijkse basis. Voordeuren speelden geen enkele rol, we liepen gewoon binnen via de achterdeur alsof we in ons eigen huis binnenkwamen. Als klein meisje was ik beste vriendinnetjes met Aljo Kleefstra, die tegenover ons woonde. Haar vader Ben had de brillen/juwelierswinkel en hij repareerde dingen in zijn kamertje achter de winkel. Daar bracht hij de meeste tijd door en je zag hem niet vaak. Haar moeder bracht veel tijd door in de keuken, waar een ronde tafel stond. Helaas was ze ziekelijk en overleed al jong. Ik kan me haar nog maar een klein beetje herinneren. Ze was altijd heel lief en ook wel hartelijk, het leven was moeilijk voor haar maar als klein kind begreep ik dat niet zo.

Na haar overlijden verscheen Rita, zij was een gezellig en warm mens en alles kon en mocht. Al gauw waren er 2 baby jongetjes, herders honden en Aljo had een pony die Coco heette. Complete chaos, maar o zo leuk. Aljo's kamer was op zolder aan de voorkant van het huis. We bouwden er tenten en speelden "huisje" of "schooltje" en we vonden de ranja en koekjes heerlijk en je mocht zoveel koekjes eten als je maar op kon! De laatste keer dat ik Aljo heb gezien is al een tijd geleden. Gerjan (mijn neef, de oudste zoon van Jan) en ik logeerden bij Hotel Braams. Een laatste keer op de Brink slapen zeiden we tegen elkaar. We hadden kamers naast elkaar. Ik had Aljo uitgenodigd voor een kopje thee om weer eens wat bij te praten. Ik was nog even op mijn kamer en Aljo vroeg de persoon in de receptie waar ik was en de persoon keek haar aan met grote ogen en vroeg Aljo of het wel goed ging met meneer en mevrouw Nijenhuis? Ze hebben aparte kamers! We hebben de hele middag er gezellig erover gelachen. Marleen Homan Free en ik kenden elkaar ons hele leven, we woonden naast elkaar en waren ook nog achter nichtjes. Toen we nog klein waren gingen we niet zo veel met elkaar om, maar later zaten we bij elkaar in de klas op de MAVO en we werden beste vriendinnen. Iedere dag fietsten we samen naar school en deden al ons huiswerk samen. Ik haalde Marleen altijd op en via haar achtertuin en via de Naweg fietsten we dan naar school. De meeste tijd brachten we door op mijn kamer, waar we naar muziek luisterden en eindeloos over iedereen (school genootjes en mensen uit het dorp) roddelenden, tja, ik weet het we waren geacht ons huiswerk te doen, maar ach dat vonden we zelf niet zo belangrijk en we hadden veel meer belangstelling voor andere dingen als tieners. Marleen en ik maakten er ook een sport van om dingen te doen die onze ouders niet zo waardeerden, bijvoorbeeld we noemden elkaar bij onze achternamen zij was Free en ik Nienhoes, lekker op z'n Drents. Vooral Tante Heidi, Marleen's moeder vond dat niet zo leuk. Tante Heidi was een leuke moeder, de taarten die ze vaak bakte waren zo heerlijk en je kreeg altijd een lekker groot stuk! Ze was altijd thuis wanneer we uit school kwamen en iedere dag dronk ik er thee. En dan de dingen die ze maakte! Ze heeft eens een hele mooie trui voor me gebreid, met wel 20 verschillende blauwe kleuren en in een heel mooi patroon. Marleen is al heel jong overleden, ze was 22. Lieve Marleen, ik zal je altijd missen, we hadden zoveel dromen samen over de toekomst. En dan waren er de andere mensen op de Brink. Hotel Braams en de familie Rijnberg. Eric en ik speelden niet veel samen, eigenlijk alleen tijdens de TT. Want in de midden jaren 60 werden de motors in de schuur van Braams klaar gemaakt voor de race. Dan kwam ik altijd kijken en we mochten dan zomaar door de schuur lopen en kijken wat de monteurs deden. Soms mochten we ook op de motoren zitten, en 1 keertje mochten we zelfs achterop en we reden een rondje door het dorp! Mijn moeder speelde bridge en tennis met Eric's moeder Titia en ik noemde haar Tante en af en toe ging ik bij haar thee drinken en liep dan altijd via de keuken het gebouw in. Daar was ik vriendelijk met kok Kleij, hij maakte altijd een praatje met me als ik door de keuken liep. Mevrouw Klein hielp mijn moeder in het huishouden en zij was ook heel aardig en ik kwam ook wel bij hun thuis in de Ambachtstraat. Ze kwam uit Zuid Africa en vertelde altijd trots dat ze Nederlands had geleerd in een paar weken! Toen ik 6 werd kreeg ik een rood fietsje van mijn Oma Jennie, dat ze van Dijkhuizen had gekocht. Ik werd, of eigenlijk beter gezegd, mijn fietsje werd een goede klant van Dijkhuizen. Op een of andere manier vond ik leren fietsen erg moeilijk als kind en viel vaak, dus altijd pleisters op m'n knieen en reparaties and de fiets. Ik mocht altijd kijken als Dijkhuizen de reparaties deed en we werden vriendelijk, dus vaak wapperde ik even bij hem binnen om te kijken en dan maakten we een praatje. Natuurlijk waren er ook vele andere mensen in Gieten met wie ik een vriendschap had. Een paar voorbeelden zijn Jannes, Jenny en Emmy Mulder, Mevrouw Roelie Smit, de klompen maker (kan zijn naam me niet meer herinneren) op de Eexterweg. Ieder jaar vroeg ik aan Sinterklaas om een paar klompen en uiteindelijk kreeg ik een paar. Ik was er zo blij mee, maar toen moest er mee leren lopen, dat was niet zo makkelijk als ik had gedacht, maar het lukte en ik had lekkere warme voeten! De fam. Buiting van de Veenhof. En natuurlijk nog meer vriendinnetjes en vriendjes uit mijn schooltijd. De mensen in het dorp waren aardig voor me en ik was altijd welkom.


De meest gestelde vraag uit mijn jeugd was: "Van wie ben je dereen?"
Marga Nijenhuis