Mijn herinnering ....



BONNEN 48
(Govert van Brakel)

Van tijd tot tijd duikt in het Collectief Geheugen van Gieten een foto op van Bonnen 48. Een leegstaande woning in verval, overwoekerd door de natuur die er al vele jaren ongehinderd onstuimig groeit. Ik vind het een verdrietig beeld.
Ik heb het huis gekend in zijn gloriejaren, toen het er klein en fijn bijstond, toen de tuin er nog aangeharkt en onderhouden bij lag. Er stemmen klonken van de bewoners, de vrijwel blinde huisgenoot hond Rudy er rond scharrelde, ganzen waakten en kippen hun dagelijkse eieren leverden.
In de achtertuin stond een houten waterpomp. Als je er aan zwengelde gaf hij na enige tijd water. Er bloeiden bloemen, het gras lag er kort geschoren bij en er werd groente verbouwd die in wekpotten belandde. Fruit tierde welig aan struiken: rode bessen, frambozen, klapbessen, aardbeien. De was hing buiten te drogen aan lijnen die tussen een soort rugbypalen waren gespannen.
Een melkwagen haalde in de vooravond bij de boerderijen de gevulde melkbussen op, overdag kwam een bakker langs wiens mobiele nering werd getrokken door een paard. Het ruime keukenraam bood uitzicht op het laagland van de Hondsrug waar koeien graasden en koren groeide.
Hier woonden en leefden Hendrik Woortman, mijn tante Alie, neef Herman en nicht Saskia.
Stel u een paar Haagse kinderen voor aan wie het gegund was in dit huis en haar mooie omgeving in alle gastvrijheid hun zomervakantie te mogen doorbrengen. Was het verbeelding of scheen de zon hier echt altijd?

Ik kwam er als 12-jarige voor de eerste maal, in 1962, en maakte kennis met het landleven dat ik eigenlijk alleen maar kende van de schoolplaten van Jetses. Dit was de werkelijkheid van het echte platteland en ik genoot er van. Wij speelden met de rijke kinderschare van buurman Adam en Hennie Veenhof. Op hun erf in de kapschuur was over de hoogste hanebalken een touw gespannen waar wij als aapjes inklommen. Met ons aan boord zwaaide het in volle vaart door de lege ruimte. Wij landden in een stapel strobalen. Bij mooi weer trok de kluit kinderen naar het Zwanenmeer en 's avonds deden we spoorzoekertje. De oudste deelnemers rookten stiekem hun eerste sigaret. Ai, je dacht dat er geen einde aan kon komen, om met de zanger Gerard Cox te spreken. Maar aan het einde van de jaren zestig liep de tienertijd ten einde. Van tante Alie kreeg ik ten afscheid van die mooie periode een Bartje. Na 50 jaar staat hij nog steeds naast me. Zijn linkerenkel is onderweg gebroken. Maar hij is weer opgekrabbeld. We hebben het zelf ook meegemaakt. Onderuit gaan, opstaan en doorgaan. Bonnen 48 zal ten onder gaan. Wie voor de al decennia durende teloorgang verantwoordelijk is weet ik niet. Wel dat ik het echte beeld van dit lieve huis al vele tientallen jaren met me meedraag. Dat pakt een actuele foto van de huidige ruïne me nooit meer af.