Mijn herinnering ....



JEUGDHERINNERINGEN 1949-1959 van David dominee, een domineeszoon.

"He lelijke Jeude, kom eens gauw uit de boom dan zal ik je verrot slaan". Dat is wat ik te horen kreeg op de eerste zondag dat ik we in Gieten woonden. Zeven jaar oud, vrij gevochten, want in Havelte was er geen kleuterschool en voor de grote school was ik te laat jarig (1 april in Havelte en 1 september was in Gieten de peildatum. Maar ik mocht de eerste klas overslaan). De tuin van de pastorie grensde aan het voetbalveld (waar nu verzorgingstehuis Dekelhem staat). Met mijn zusje was ik in een boom geklommen en vandaar gooiden we kleine takjes, of beukennootjes in de gleufhoeden van de toeschouwers langs de lijn.

Als zoon van de dominee kreeg van mijn vriendjes te horen: "jouw vader werkt maar op 1 dag in de week, dat is gemakkelijk verdiend". Ik vond dat mijn vader 7 dagen in de week werkte want ook op zondag! Behalve de Pastorie aan de Brink nr. 2 was de Ned. Herv. Kerk natuurlijk een gebouw dat ons leven bepaalde. Van Baas, de koster, mocht ik op zaterdagmiddag wel aan het dikke klokkentoren-touw trekken, maar op zondagmorgen waren we altijd de laatsten die nog gauw naar binnen gingen. In de domineesbank wilden we niet, wel boven bij het orgel. Daar moesten we soms orgeltrappen als mijn moeder moest oefenen voor de psalmen of gezangen. Later toen ik op de ULO zat gingen Reinder Hoenderken en ik wel eens stiekem de kerk in. Ik durfde de sleutel niet bij mijn vader te pakken, maar klommen door een raampje in de consistoriekamer, Ziengs de schoenmaker kon dat zien. Ik moest lucht in het orgel trappen en gaf aan Reinder op :Psalm 199 alle verzen , waarop Reinder begon te spelen: "Lang zal die leven", waarop ik dan weer kwaad werd: "Stop direct, dat kunnen ze buiten horen"' We klommen via trappen en ladders, nog boven het uurwerk, naar een luik in de spits. "Kijk naar Gieterveen en Rolde en Groningen". De sport heeft een grote rol gespeeld. Zwemmen, schaatsen, voetballen, tennissen , gymnastiek, toch ook de nutsbieb, jeugdclub en de padvinderij van meester Pots. In Havelte hadden we ons zelf leren zwemmen: op zijn hondjes, dus ik moest aan de hengel en met kurken achter een plankje. Al gauw vroeg ik of ik van de duikplank mocht en omdat ik nergens bang voor was en de badmeester het kennelijk wel dapper vond, ook van de hoogste plank. Met moeite haalde ik de kant, dat mocht alleen als de badmeester er zelf bij stond. 's Morgens vroeg om 7 uur zwemmen met het bestuur en niet verkleden in het schapenhok maar gewoon in een cabine met de deur open !. Tennissen op de beton-baan achter Hotel Braams met Jan Rijnberg, die het presteerde een bal in zijn linke broekspijp te krijgen en door de rechter korte pijp er weer uit. Voetbal met de junioren A1 versloegen we GVAV of Achilles. Schaatsen op de ijsbaan, die al eens op 14 november open was. In dat jaar werd ook de Elfstedentocht gereden en we keken met bewondering naar de mannen, die dat gepresteerd hadden. Gymnastiekleraar Bruinsma van de ULO was er een van. Ik kon aardig op de korte baan en kreeg les van een oud-kampioen Luuk Heegen. De schoolwedstrijden waren op het Zwanenmeer. De provinciale jeugdkampioenschappen op het Hemelriek. Met een vriend deden we mee aan de Oldambstertocht van 80 (?)km. Vele jaren later lukte het mij om de tocht der tochten uit te rijden. Ondeugend waren we . Appeltjes stelen uit de boomgaard van dokter van der Blij, toen nog aan de Brink. Die ging dan met zijn auto achter ons aan, maar kreeg ons nooit. Oudejaarsslepen. Alles wat los was en dan kwam de burgemeester, die wilde dat wij alles bij Braams zetten, of op het schoolplein. Een hoogtepunt was het laatste weekend van juni, de TT in Assen, maar voor ons de Nortonploeg bij Braams. Handtekeningen verzamelen en wat steenkolen Engels met de motorrijders. Mijn broer Piet had een bijzondere liefhebberij. Hij had een heel groot postduivenhok met prijswinnende duiven. We kregen prima eieren van een oom uit Zeeuws-Vlaanderen en na twee jaar proef vliegen, steeds wat verder van huis, gingen ze naar Gasselte. Daar werden ze geringd en per vrachtauto naar b.v. Bordeaux gebracht. Op zondagochtend moesten ze dan terug komen, dat was mooi, want dan mochten we thuis blijven ipv naar de kerk.

Mijn eerste auto-rijles kreeg ik van Jan Vlieghuis. Daar was de auto van veearts Hoenderken in onderhoud. Die moest dan terug gereden worden van de garage naar Nijenheem aan de Brink schuin tegenover ons huis. De kortste weg was diagonaal de Brink over en dat deed ik dus achter het stuur gezeten, tegenliggers waren er toch niet, maar volgens Jan moest dat toch anders. Het ULO-B diploma haalde ik in 5 jaar, mede dankzij het strenge toezicht van meester de Boer, want daar was ik het laatste jaar onder dak , toen ons gezin met mijn pas geboren jongste broer in 1958 al verhuisd was naar Friesland. Och ja, op zondagavond naar Gieterveen, daar wisten we meestal dat er door meisjes werd opgepast, ??????

David Willemsen.