Mijn herinnering ....



Pastorie Brink 2
David Dominee 1949-1958

Het was, denk ik, in het voorjaar van 2017, dat ik samen met mijn zus Jeantje vanuit Groningen op weg was naar Gerard Nijenhuis in Bronniger en we een rondje om de kerk maakten. "Kom Jeanne, we gaan even in ons oude huis kijken. Er staan allemaal hekken, maar er is niemand te zien". "He, de achterdeur staat open, we kunnen zomaar naar binnen. Vanuit de keuken kijk je zo in de studeerkamer van vader, dat is toch raar, er was een dikke muur tussen! Weet jij nog hoe het was toen we hier kwamen"? "Ach man, toen was ik pas vier jaar!" In de zomer van 1949 kwam ons gezin - met de hond "d'olde dominee" - vanuit Havelte in Gieten wonen. Er was een beroep van de vrijzinnige hervormde gemeente Rolde en ook van Gieten. De vijf kinderen wilden liever naar Rolde, maar het werd het grote huis aan de Brink nr. 2. Tussen de kerk en de pastorie stond nog een huis, daarna kwam de grote tuin. De helft van de tuin werd later aan dierenarts Hoenderken (president kerkvoogd) verkocht, die er "De Wende" bouwde. Daarvoor woonde en had hij praktijk aan de overkant in "Nijeneheem" het huis dat burgemeester Nijenhuis daar had gebouwd. Ik vond die verkoop van onze tuin goed waardeloos, want daar had ik mijn hut, waar wij ons verstopten. Mijn vader had daar een akker met aardappelen. Te veel, je mocht niet meer dan 1/3 van je tuin gebruiken om aardappelen te verbouwen. Het huis was te klein voor ons gezin. Bijna 25 jaar had voor ons daarin Ds. Boonstra gewoond. De drie dochters waren allang het huis uit. Gerard Nijenhuis heeft daarover ook geschreven in zijn boek: 'De dag dat vader verdween'. Boven werd een "badkamer" afgetimmerd op een zolderruimte zonder daklicht, zodat de jongens en de meisjes zich apart konden wassen aan de wastafel. Beneden kwam een soort badkamer met een douche, naast de bijkeuken. Een keer in de week op zaterdag mochten we onder de douche. Op zaterdagmiddag om vier uur werd de kerkklok geluid, dat heette "Dominee gaat in de tobbe". "Kom Jeanne, we gaan door de achterdeur naar binnen. Hier zat Wemeltien met haar wasknijpers op de knieen om wat te verkopen. Hier kwam de bakker." Er waren elf bakkers (twee in Bonnen) voordat de centrale bakkerij werd opgericht. "Nee ik weet hoe we het beter kunnen doen. Kom mee we gaan naar de voordeur en dan bel ik aan en jij doet voor mij dan van binnen open!" Naast de voordeur zie ik een knop voor een elektrische bel. En zowaar Jeanne doet de deur open. En zowaar Jeanne doet de deur open. "Dag meisje is je vader thuis?" "Nu even niet, hij is de geit aan het verzetten. Maar ik zal hem even roepen. Komt u maar binnen". De lange gang van de voordeur naar het achterhuis is nog ongeveer hetzelfde. Ik kreeg op mjn kop als ik daar aan het voetballen was. Links de studeerkamer met alle boeken, maar ook een wastafel ingebouwd in een kast. Daar werd op vrijdag/zaterdag de zondagse preek 'gebrouwen'. De liederen moesten op zaterdagochtend doorgebeld worden aan de organist. Aan de muur was een telefoon. Lang bellen van mijn zus met haar vriendje in Assen was onmogelijk. Rechts de voorkamer met de serre en via een trapje naar de opkamer, boven de kelder. Samen met de keuken was dat de gezelligste, want warm gestookte, ruimte. Geen centrale verwarming. In de keuken werd ook op de kachel gekookt, er was ook butagas. Voor mij was het een gedoe om achterop de fiets eerst met een lege gasfles naar Ensing te rijden en met een volle weer terug. Nou, gauw nog even de trap op naar boven. Janneke sliep op het dienstboden-kamertje, want wij hadden geen dienstbode voor dag en nacht, zoals Ds. Boonstra. Jeanne sliep in een alkoof bij vader en moeder. Piet en Cor hadden een eigen kamer. Die van Piet werd later mijn kamer en het grote voordeel ..., die had ook een uitgang naar een plat dak. Daar kon je 's avonds stiekem thuis komen door via het konijnenhok naar boven te klimmen! "He David, zie je daar die aftimmering, daar hebben onderduikers zich in de oorlog verstopt, dat liep helemaal door naar boven. Daar verstopte jij je als we in huis verstoppertje speelden". Voor dat we nu weggestuurd worden gaan we nog gauw even in de aanbouw kijken. Nu is het veel groter, toen werden we vanuit de keuken naar de leerkamer gestuurd, als we klierden. Daar waren de bijeenkomsten van de vrouwenvereniging, de jeugdclubs, maar ook de grote kerkenraads-vergaderingen. De kleine vergaderingen waren na afloop van de kerkdienst op zondagmorgen in de consistoriekamer, achter de kerk. Cafe Vorenkamp bracht dan van de overkant koffie, koek en sigaren. Maar als ze bij ons vergaderden, waren de overgebleven koffiekoekjes zo doordrongen van de sigarenrook, dat wij ze niet meer wilden. "Kom Jeanne, we gaan door het fietsenhok weer de tuin in en lopen dan langs het 'lijkenhuisje' naar het Boddeveld".

David Willemsen.

Wordt vervolgd.