De fragmenten uit 1958 en 1966 beginnen identiek. Een jongeling komt met het spaarbusje zich melden aan het loket. Als er geld geteld moet worden, dan moet in 1966 'klerk' Hovius blijkbaar plaatsmaken voor 'kassier' Huting.

Huting heeft de sleutel van het busje en telt de kwartjes en dubbeltjes nauwgezet. We krijgen verder een kijkje in het kantoor, waar we in ieder geval Siny Schuiling aan het werk zien.

Huting heeft het druk: hij opent de dikke deur van de kluis, hij telt een stapel oude honderdjes, en volgt dan met de vinger de grafiek. Het gaat goed met de economie in Gieten: de lijn lijkt bijkans door het plafond heen te schieten!