Persoonlijke notitie Huib van Walsum: 
Gietense herinneringen

Terug naar: Persoonlijke notities

 
(2010-03)  Ooit had oud burgemeester (1962-1969) Van Walsum beloofd zijn herinneringen in een persoonlijke notitie voor het Collectieve Geheugen op schrift te stellen. Het kwam er niet van omdat hij ziek werd. Maar hij is hersteld en kreeg na het lezen van het verhaal van Heeg over het sneeuwruimen en de gladheidbestrijding zin om ook zijn bijdrage aan Het Collectieve Geheugen van Gieten te leveren.

Gietense herinneringen

Van 16 november 1962 tot 1 januari 1969 ben ik burgemeester geweest van de toenmalige gemeente Gieten. Ik weet niet of de grenzen van toen nog leven in het collectief geheugen van Gieten, maar op de kaart leek Gieten op een taartpunt, ongeveer west-oost georiënteerd met de punt aan de Assense kant in de Staatsbossen, bij de Eexterhalte, en de brede kant bij de provinciegrens met Groningen, bijna langs het Stadskanaal.


Gemeente Gieten
een taartpunt

In het smalle gedeelte van de taartpunt lag het dorp Gieten zelf dat toen ruim 3000 inwoners geteld zal hebben. Het was onmiskenbaar het hoofddorp. Ik weet dat in de 19e eeuw er zelfs een tijd geweest is dat de burgemeesters van de gemeenten Anloo en Gasselte daar ook hun huizen hadden. Dat kon je het dorp aanzien. Het had allure. Dat was 'het zand'. Maar qua oppervlakte was 'het veen' veel groter. Daar lag het dorp Gieterveen en de buurtschap Nieuwediep. In ‘het veen' woonden ongeveer 1500 inwoners. Bij elkaar betekende het dat ik in 1962 burgemeester werd van een gemeente van 4500 inwoners.

Een mooie gemeente om te beginnen’, zeiden de kenners. Want dat deed ik. Ik was 30 jaar, kwam uit de advocatuur en had enige maatschappelijke ervaring opgedaan, maar wel in Rotterdam. Gieten betekende dus voor mij en mijn vrouw een groot avontuur. Nu is een burgemeestersbenoeming stilstaan of hollen. Je solliciteert bij de Koningin, d.w.z. bij haar Commissaris in Drenthe, toen de heer Cramer. Dan doorloop je een heel circuit dat,  als het goed gaat, eindigt bij de Minister van Binnenlandse Zaken; dan is het wachten geblazen maar als dan na maanden, o wonder, de benoeming afkomt dan krijg je een week of twee, drie waarin je oude baan moet worden beëindigd en je installatie moet worden voorbereid.

Uiteraard prepareer je je als sollicitant op de gemeente waarnaar je solliciteert. Ik was al een keer of wat in Gieten geweest en verder beschikte ik over het bevolkingszelfonderzoek dat toen in Drenthe in de mode was. ‘Gezicht op Gieten’ was net gereed gekomen.

Mijn vrouw kende het Noorden beter dan ik. Haar moeder was een Friezin die in Haren was opgegroeid. Maar Drenthe kende zij niet. Zou zij haar eventuele woonplaats wel leuk vinden? Daarom maakten we in de zomer een tocht door Drenthe met als doel stiekem Gieten te bekijken. Mijn vrouw was positief over het dorp. Ongeveer 30 oktober kwam het benoemingsbesluit af. Ik was benoemd voor zes jaar, ingaande 16 november 1962.

Het stilstaan was voorbij. Nu begon het hollen. De eerste en enige mogelijkheid om de installatie te bespreken met gemeentesecretaris Hemmes was 11 november in de late namiddag. Deze keer reed ik naar Gieten via Ter Apel. Ik wilde kennelijk iets meer van de gemeente gezien hebben voor ik er wat van moest vinden. Als dat mijn doel was heb ik het niet bereikt. Het enige dat ik mij van deze tocht herinner is 30 kilometer lampions, het hele Stadskanaal langs, want ik was nu in het Noorden en daar wordt Sint Maarten uitgebreid gevierd. “11 november is de dag dat ik met lichtjes, dat ik met lichtjes, 11 november is de dag dat ik met lichtjes lopen mag”.

Secretaris Hemmes ontving mij vriendelijk in het gemeentehuis aan de Brink achter het monument voor in de oorlog omgekomenen. Behalve over de gang van zaken bij de installatie gaf hij mij ook een korte inleiding op het leven in Gieten, waarbij mij opviel dat er nogal wat ‘notabelen’ waren, die niet meer met elkaar spraken in verband met een ruzie, die soms in het grijs verleden kon liggen.

In één geval betrof het een ruzie bij de bouw van het zwembad in het Zwanemeerbos. Dat was aangelegd als werkgelegenheidsproject in de dertiger jaren, toen zo’n dertig jaar geleden. Dus in het Noorden praatte men kennelijk een geschil niet uit maar zweeg het dood. Ik heb in mijn latere leven echt niet elk geschil uit willen of durven praten maar ik vind nog altijd de zwijgdichtheid in het Gieten van toen erg hoog.

Een paar dagen later was het zo ver, de ontvangst bij de Eexterhalte. Men moet zich mij voorstellen als een iets gezette dertigjarige in jacquet met hoge hoed, die ik toen nog boven op mijn hoofd had, iets dat ik nadien op dringend verzoek van mijn vrouw nagelaten heb. Mijn 26 jarige vrouw had zich niet te jeugdig gekleed. Aan de andere kant stond het comité van ontvangst van de gemeente Gieten met daarvóór twee meisjes van omstreeks 10 jaar, de dochtertjes van de beide wethouders: Bouke Klaassens en Fenny de Graaf. Zij boden ons bloemen aan en droegen een welkomstgedicht voor. Zo´n beeld vergeet je als beginnend burgemeester nooit meer. Maar ik heb een reden om het hier aan te halen. Na Gieten ben ik burgemeester geweest in Doesburg en Rheden in Gelderland om daarna burgemeester te worden in Delft. Daar woon ik als gepensioneerde nog. En wie werd daar directeur Wijk- en Stadszaken en daarna directeur Publiekszaken? Fenny de Graaf!

De installatie vond plaats op de dag waarop mijn benoeming inging: vrijdag 16 november 1962 in hotel Braams. In de achterzaal was een nogal hoog podium getimmerd. Daarop zat de gemeenteraad aan drie zijden rond een raadstafel. In het midden loco-burgemeester mevrouw F.E. Klaassens –Perdok met de ambtsketen om. Aan haar rechterhand zat gemeentesecretaris Hemmes. Aan haar linkerhand zat wethouder H. de Graaf. Als raadsleden waren buiten de wethouders aanwezig de fractieleiders Beuker ( PvdA), Homan Free (VVD) en Eleveld (ARP/CH); voorts de raadsleden Bouwm, Glastra, Roossien en Schuiling. De raadsleden Bos en Zwiers waren afwezig. Er waren toen slechts drie partijen in de raad. Dat is later wel anders geworden.

De gang van zaken was ritueel. Mevrouw Klaassens opende de Raadsvergadering en vroeg de secretaris het benoemingsbesluit voor te lezen. Daarna vroeg zij wethouder De Graaf en de gemeentesecretaris om mijn vrouw en mij binnen te leiden. Wij kregen plaatsen op het podium. Mevrouw Klaassens heette mijn vrouw en mij welkom. Zij stipte een aantal punten aan waar ik mee te maken zou krijgen. Ik herinner mij de schaalvergroting en mechanisering van de landbouw en hoe daarbij het platteland bewoonbaar te houden, het grote tekort aan woningwetwoningen. Het rioolstelsel voldeed nog niet aan hedendaagse eisen en een rioolzuiveringsinstallatie was er helemaal niet. Voor gas was iedereen nog op flessengas aangewezen en Gieten had als één van de weinige Drentse gemeenten nog geen maatschappelijk werkster. Gieten zou zeker gaan groeien. Hoe kon daarbij het typisch Drentse karakter behouden blijven? Zij eindigde met de woorden dat zij hoopte dat mijn gezin en ik ons in Gieten thuis zouden voelen en zouden ervaren dat het in Gieten en Drenthe goed leven en werken is. Daarna hing zij mij de ambtsketen om en overhandigde mij de voorzittershamer. Daarop wisselden wij van plaats. Nu moest ik het verder zelf doen.

Over de vergadering en alle toespraken, -er wordt erg veel gesproken bij de installatie van een burgemeester- zal ik hier niet meer vermelden dan dat het een zeer stijlvol gebeuren was. Alleen reikte het podium aan de achterkant niet precies tot de muur, waardoor één van de raadsleden van het podium viel toen hij zijn stoel iets te ver naar achteren schoof. Het klinkt erger dan het was. Zo breed was de spleet nu ook weer niet...

Wij hadden onze dochter Anne bij ons, toen 2 maand en 2 dagen oud. Die kon natuurlijk niet de zaal in. Het echtpaar Rijnberg had dat heel leuk opgelost. Op de overloop naar de eerste verdieping stond altijd al een fraai beschilderde Drentse wieg. Daar werd Anne in gelegd zodat men een oogje in het zeil kon houden. Ze heeft de hele bijeenkomst geslapen.

De dag daarop, zaterdag, verkenden wij onder deskundige leiding de gemeente. Wij gingen in elk geval de scholen langs. Er werd toen op zaterdagochtend nog gewerkt en de kinderen hadden die ochtend nog les. Ik heb in mijn hoofd dat het draaiboek inhield dat op alle scholen snoep zou worden uitgedeeld. Wat ik zeker weet is dat wij het op de school in Nieuwediep hebben gedaan. Dit was onze eerste kennismaking met de heer en mevrouw Bettenbroek, die samen een tweeklassige, later éénklassige, school bestierden.

Toen viel al op dat de school veel aandacht besteedde aan declamatie en dat het lesmateriaal verouderd was. Een jongen las een stuk over het koren dat met de vlegel geoogst werd. Bettenbroek: ‘Doen wij dat tegenwoordig nog met de vlegel Harm?’ ‘Nee meester’. ‘Hoe dan Harm?’ ‘Met combine’.

Later zou ik het grote belang van de heer en mevrouw Bettenbroek voor de Nieuwediepse gemeenschap gaan begrijpen. Zij hielpen bij voorbeeld bij de invulling van belastingaangiften en formulieren, wanneer mensen daar niet uitkwamen en vormden daarmee een centraal punt in deze krimpende gemeenschap. Er waren er meer. Wethouder De Graaf had zijn boerderij op Nieuwediep en het raadslid Beuker was eigenaar van het ‘concertgebouw’, een café met zaalruimte dat eigenlijk in Bareveld lag. ’s Middags maakten wij een wandeling door het Zwanemeerbos. Strakblauwe lucht, harde wind, waterkoud.

Zondag reden wij terug naar Rotterdam. Rijtijd 4 uur. We moesten wel, de ambtswoning, Julianalaan 28, was nog niet vrij. Mijn voorganger, Frits Albrecht, was benoemd tot gedeputeerde en liet in Rolde een huis bouwen. Het zat hem en ons niet mee. De winter van 1962/1963 was streng en langdurig met veel sneeuw, waardoor het dorp tussen Kerstmis en Nieuwjaar door sneeuwduinen geïsoleerd raakte. Nu was ik toch niet van plan om Oudjaar in Rotterdam door te brengen. In Gieten bestond de gewoonte van het Nieuwjaarsslepen. Dat houdt in dat opgeschoten jeugd een ploeg of ander los of los te krijgen voorwerp steelt en ergens anders weer op het dak zet. De bewoners kenden deze gewoonte. Zoveel mogelijk werd alles wat los kon opgeborgen. Maar de burgemeester moet kunnen ingrijpen in geval van excessen. Ik kan mij die trouwens niet herinneren en al zeker niet in mijn eerste winter in Gieten toen alles onder de sneeuw lag.

Op maandag 7 januari werd ik beëdigd door Commissaris Cramer op het Provinciehuis. Daarbij was juffrouw Clara Nortier aanwezig van de Stichting Opbouw Drenthe, die vertelde wat de stichting Opbouw Drenthe van een Drentse burgemeester en zijn vrouw verwachtte.


De voormalige ambtswoning van de burgemeester aan de Julianalaan.
Op het hek van het balkon hangt nog altijd het wapenschild van de voormalige gemeente Gieten

(2010-06) De heer Van Walsum ging ervan uit dat de heer Heeg, voormalig gemeentearchitect, wel een oude foto van de burgemeesterswoning zou hebben. Niets was minder waar: "Wanneer er vóór, tijdens of na het gereedkomen van een object iets vastgelegd moest worden, dan vroeg ik altijd de secretaris, de heer Hemmes", zo liet Heeg ons weten. Maar hij ging toch voor ons op zoek en heeft bijkans heel Gieten afgesjouwd om een oude afdruk te vinden van het burgemeestershuis. Mevrouw Hemmes, de dochter van Hemmes, de gemeente Aa en Hunze, de Historische Vereniging werden allen ingeschakeld. Via Jakob Speelman kreeg hij uiteindelijk een foto die gemaakt is op 13 mei 1961.

 9 april 1963 zijn wij naar Gieten verhuisd. De familie Albrecht had een tijdelijk huis gevonden waar men met geruster hart de voltooiing van hun huis konden afwachten. Die avond zaten wij tussen de dozen even bij te komen van de drukte. Daar ging de bel. Mijn vrouw deed open. Het was de bloemist met een grote bos bloemen. Deze sprak de woorden: ‘zo zus, is je vader thuis?’

Wij ben in Gieten gelukkige jaren beleefd. Onze twee andere kinderen zijn daar geboren al heeft de ene als plaats van geboorte in haar pas Groningen staan en de andere in zijn pas Assen.

Over Gieten is meer te vertellen maar daarover wellicht een andere keer.

Delft, maart 2010
Huib van Walsum, burgemeester van Gieten 1962 - 1969

Terug naar: Persoonlijke notities