Persoonlijke notitie:
Tonnie Knoop

over de TT in Gieten

Terug naar: Persoonlijke notities

Als klein jongetje ben ik al snel thuis opgegroeid met de T.T. Mijn vader was verantwoordelijk voor de financiën van de programma-verkoop achter de hoofdtribune. Vooral in demaand juni kon je, als T.T.-liefhebber, je hart bij ons thuis ophalen. Het duurde dan ook niet zo lang of ik mocht mee naar de races op zaterdag. Ik zal ongeveer een jaar of 6 à 7 jaar geweest zijn (1948/1949) toen ik mee ging. Voor dag en dauw (een uur of 4-5) stonden we op, want we moesten eerst naar Assen, naar de Pelikaanstraat waar J. Overzet het transportbedrijf ‘Ster-Express’ had. Daar stapten we in een vrachtwagen en zo ging het naar de T.T.baan. Wat was het zo ’s morgens vroeg een troep in Assen. Toen dus ook al. De Gemeentereinigingsdienst was dan druk doende de boel op te ruimen. De eerste 1 of 2 races zag ik vanaf de vrachtauto. Mijn vader had het te druk met andere zaken en kon mij dus niet de hele tijd in de gaten houden, maar dat was geen probleem. Hij zette mij boven op de vrachtauto en vanaf daar kon ik staande over de tribune heen kijken en wat van de rijders zien. Intussen had mijn vader rondgekeken of er voor mij nog een plekje vrij was. Dat was er altijd. Bij de oude baan n.l. had je voor de tribune nog een rij bankjes met een ‘tafeltje’ er voor. Deze plaatsen waren bestemd voor de mensen met een wat ruimere portemonnee, zoals burgemeesters en zo. En misschien waren deze mensen ook wel uitgenodigd en zaten ze er voor niks. Daarvan was er altijd wel iemand niet op komen dagen en op zo’n lege plaats werd ik dan gedropt. Tussen die hoge heren, want zo keek je wel tegen ze op. Die ‘hoge heren’ hielden een oogje in het zeil en aan eterij en slik had ik geen gebrek. Van alle kanten stopten ze je wat toe en ik kon alles nog goed zien ook. Het enige wat er tussen de baan en mij zat was een stukje gaas en verder niets. Op deze manier heb ik verschillende T.T.races meegemaakt.

Toen ik een paar jaar ouder was begon ik met het verzamelen van handtekeningen van de rijders. In Gieten hadden verschillende renstallen hun onderdak gezocht. Zo weet ik dat NSU bij Hotel Centrum zat en Norton bij Hotel Braams. Maar ook andere merken kwam je in Gieten wel tegen. Ook bij Tent zijn een keer renners ondergebracht.

De schuren waren ingericht als werkplaats waar je je kon vergapen aan de prachtige motoren. Maar daar ging het ons niet alleen om. Ook renners liepen daar rond en daar wilde je dolgraag een handtekening van hebben. Sommige renners kwamen altijd weer naar hetzelfde hotel, zoals Duke, die altijd bij Braams logeerde. Ook in de tijd dat hij op Gilera reed, welke renstal in Zuidlaren bivakkeerde.

Geoff Duke op Norton

Die periode duurde ruim een week. Dan was je altijd midden in Gieten, ieder moment dat je kon. Dus voor schooltijd, in de pauze, tussen de middag snel eten en dan weer heen. Na schooltijd was je er natuurlijk ook en als je moest eten kwam dat heel ongelegen.

Soms moesten motoren even worden uitgeprobeerd. Omdat de trainingen pas op woensdag begonnen moest daar wat op gevonden worden. Een proefritje werd dan gemaakt naar Gieterzandvoort (toen een weg met dikke eiken- of lindebomen). Je hoorde die renner dan scheuren richting Gieterzandvoort en als hij weer terugkwam dan hoorde je in de verte het geluid van een optrekkende motor. Prachtig vond ik dat.

Veel renners waren genegen een handtekening te zetten, maar voor een handtekening van Duke moest je wel wat over hebben. Hij had het niet zo op de drukte rond zijn persoontje, volgens mij, want je wist nooit hoe hij het hotel weer binnen kwam. Dat kon zijn via de achterdeur of in een hele oude auto. En dan ineens zat hij bijvoorbeeld in de tuin van Braams. Als de weerlicht moest je dan over het muurtje, de tuin door en hem het papier onder de neus drukken en dan rap wegwezen, anders had je een schop onder je kont van een ober. Maar ja, je moest er wat voor over hebben. Ook thuis liep dat niet altijd even soepeltjes, want je was ’s avonds altijd te laat thuis.

Handtekening van Duke

Duke presteerde het ook om na de race op zaterdag op zijn racemotor van Assen naar Gieten te rijden. En dan over de oude weg, want er was geen fietspad en geen autoweg. Alles moest over de provinciale weg.

(2009-04) Harrie Kloose herinnert zich ineens weer dat de TT in Gieten ook andere creativiteit bevorderde:

Wij, HBS-ers met Hans Gramser en Jan Slijkhuis als componisten, zongen een lied over de TT en de eerste regels gingen als volgt:

"De zuidenwind waait en Massetti die draait op Gilera,
hij zucht van verlangen om Duke weer te vangen".

 

Dat gaf trouwens voor de mensen die daaraan woonden veel vertier. Je keek daar naar uit. Zodra de eerste bezoekers (de meeste mensen gingen op de fiets) er langs gingen werden de stoelen buiten gezet en zat iedereen de boel eens te bekijken. Nu zit men bij de rotonde, maar die was er toen nog niet.Toen ik van de lagere school af was gingen we op de fiets naar Assen. Renners kijken tijdens de keuring op vrijdagmiddag op het veemarktterrein en hopen dat je nog een handtekening kon bemachtigen. Vanaf Deurze reed je dan tussen de rijen bomen door en op deze bomen waren dan bordjes met een pijl erop gehangen. Dit was reclame van Caltex. Op die bordjes stond: ‘Volg Caltexpijlen naar circuit’. Dan was je al helemaal in de stemming.

Toen de Japanners aan de T.T. gingen deelnemen, werden daarvan ook een aantal in Gieten gestationeerd. Die Japanners namen het niet zo nauw. Het eerste jaar dat zij er waren werden de motoren uitgeprobeerd op de autoweg naar Emmen. Er werd een vrachtauto van Kolk gehuurd en de motoren werden ingeladen. De auto werd dan naar de parkeerplaats (ik dacht ongeveer bij de boerderij van Kunst) gereden en de parkeerplaats diende dan om de motoren wat bij te spijkeren. De motor werd gestart en even wachten dat een auto gepasseerd was en dan scheurde men richting Emmen. In no timewas de auto al weer voorbij gereden. Dat ging met een enorme snelheid. De politie heeft daar snel een stokje voor gestoken, want dat was natuurlijk niet zonder gevaar.

Gieter jeugd op handtekeningenjacht

(2012-03) Op de foto hierboven deelt Geoff Duke de handtekeningen uit. Volgens Bé Hoiting is de jongen met de fiets Dik Slatius, daarnaast staat Reinder Englesman, het meisje met zonneklep is Annie Dijkhuizen en daarnaast .... Venema. De voornaam wil hem niet te binnen schieten.

 De jeugd vermaakte zich in die vijftiger jaren best in de week voor de T.T. Ik herinner me nog dat we races hielden. Vaak de week na de T.T., want dan was er altijd wel iemand die van zijn vader een programma had gekregen en dan maakte je een nummer op de fiets die correspondeerde met een goede renner. Sommigen brachten ook een stroomlijn aan door een kartonnen vast te maken aan het stuur, zo dat deze naar voren stak boven het voorwiel.

Uit het TT-schriftje van Jan Alting. (1961-62)
Jan reed in die tijd met nummer 2 op de fiets.
Hieronder de handtekening van Jim Redman

Boddeveld was onze racebaan. De start was bij de zandweg langs de ijsbaan (bij wat nu café Veninga is) en we reden richting Bonnen. Bij de Grote Kamp (toen nog een zandweg) werd gekeerd. Daar was een klein driehoekje waar we omheen gingen. En dan weer terug. Hoeveel rondjes we reden hing geloof ik af van de klasse waarin je reed. De winnaar kreeg een krans en voor de tweede en derde plaats was er een penning die indertijd door Esso werd uitgegeven. De winnaar moest dan ook nog even een ererondje rijden over het ‘parcours’.

In de T.T.-week hadden wij ons eigen racebaantje gemaakt midden in het dorp. Voor Hotels Braams was nog een stukje weg van de Eexterweg naar de Brink. Dit blokje gebruikten we als racebaan als er niets was te beleven op het gebied van renners en motoren, bijv. tijdens de trainingen en tijdens de race op zaterdag. Vaak is daar iemand met fikse schaafwonden weggekomen, omdat hij onderuit ging. Omdat er ook auto’s op de Brink en de Eexterweg reden, stonden we meestal tot op het midden van de weg zodat de auto’s daar omheen moesten en de ‘coureurs’ ruimte hadden om te racen.

(2008-04) Anne Oosterhof kwam onlangs ook zijn handtekeningeboekje tegen. Anne: "Volgens mij was de Geoffrey Duke beste racer, toen bij het Norton team bij Braams. Gedurende de race liep zijn vrouw altijd door Gieten, zij ging niet mee naar Assen. Later was Duke bij Gilera, het team dat geloof ik in Norg of Vries bivakkeerde, maar hij was altijd bij Braams."

 

 

Deze pagina trok ook de aandacht van Henk Stadman. Hij woont in Duitsland. Giacomo Agostini was de favoriet van Henk: "Wij zagen deze coureurs in mijn geval dan Giacomo Agostini, Phil Read, Jim Redman, Gianfranco Bonera etc., als een soort mensen van een andere planeet. Maar wanneer zag je dan ook een racemotor, ja alleen met de TT... (...) Het merk MV Agusta, dat was mijn merk, hier droomde ik van wat zou het geweldig zijn om zo'n racemotor te bezitten. Ik was al teleurgesteld als AGO niet als eerste doorkwam, zou er iets zijn met de Agusta? ... hij ligt pas op de zesde plaats ... enkele ronden bleef het zo, dan lag hij plotseling op de derde plaats, een ronde later draaide AGO echt het gas open en won de race met bijna een minuut voorsprong. En dan hoorde je de MV Agusta vierpitters van de 500 cc al warmdraaien, geweldig wat een tijd...

En weet u, die Henk was zo motorgek dat hij net als als Agostini toen, een collectie MV Agusta racemotoren heeft aangelegd. En het is nog mooier:  hij heeft nog contact met Phil Read, Jim Redman en Giacomo Agostini. Hij rijdt soms nog wat rondjes met hen. Als de gelegenheid zich voordoet, dan wil Henk nog eens informeren of zij zich nog iets van hun verblijf in Gieten weten te herinneren. Dat zou mooi zijn!

 


Henk Stadman in 1991 op het circuit van Assen

(2008-05)We kregen een bericht van Roelof Boelens: "Hierbij een kleine aanvulling op de TT. Deze kaart met handtekening van Otto Daiker heeft m'n moeder (Alie Geerts) indertijd bemachtigd bij Hotel Braams. Deze is van begin jaren 50. Deze Otto is een paar jaar geleden omgekomen bij een "wazig" ongeluk."

 

Ik was wel benieuwd naar dat 'wazig ongeval', waarvan Roelof rept. Maar ik kwam bij nader onderzoek niet verder dan deze mededeling:  'Otto Daiker ist bereits 1968 gestorben.' Om precies te zijn op 13 juni. Hij was toen 56 jaar oud.

(2009-03) We kregen een foto van Jan Postmus uit Gieten. Jan en zijn familie zijn helemaal gek van de motorracerij. Ze hebben zelfs een eigen team Jan heeft dan ook vanuit deze betrokkenheid wereldwijde contacten.  Het was vanuit het land van de Rijzende Zon dat deze foto kwam. Genomen op de parkeerplaats bij Hotel Centrum. Op de achtergrond zien we nog Beukenhof en de winkel van smid Hennie Dijkhuizen.


Een stel legendarische coureurs op een zomernamiddag in Gieten:
van links naar rechts zien we Tommy Robb met zijn vrouw,
dan Mike Duff met partner en tenslotte Phil Read
met vrouw en dochtertje
 

Weliswaar is  op onderstaande foto geen sprake geen coureursteam, maar het geeft wel aan hoezeer het Gietense leven en de TT met elkaar vervlochten was in deze junidagen. Er waren blijkbaar niet genoeg bedden beschikbaar bij de Gieter logementen. Een deel van de crew vond onderdak bij de familie Postumus.


De familie Postmus, met Jan in Gieter voetbalshirt,
  poseert met Yoji Shimizu San van het Yamaha Racing Team

Terug naar: Persoonlijke notities